ECLI:NL:GHARN:2004:AS2695
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- Ettema
- Monsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag en boete omzetbelasting december 1998 bij fiscale eenheid
Belanghebbende, bestaande uit een fiscale eenheid van drie BV's, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1997-1998, inclusief een boete van f 35.000 voor te laag aangegeven omzet in december 1998. De omzet van die maand was f 868.201, terwijl slechts f 468.201 was aangegeven, wat leidde tot een naheffing van f 70.000. Belanghebbende stelde dat het om een administratieve fout ging en dat de boete onterecht was.
Tijdens het bezwaarproces vond een bespreking plaats op 5 december 2001, maar er werd geen hoorverslag opgemaakt, wat het Hof als onzorgvuldig handelen van de Belastingdienst kwalificeert. Desondanks oordeelt het Hof dat dit gebrek geen nadelige gevolgen heeft gehad voor belanghebbende. Het Hof concludeert dat de te lage aangifte opzettelijk was en verwerpt het verweer van administratieve fout en gebrek aan toezicht.
Het Hof wijst het verzoek tot terugwijzing naar de Inspecteur af en bevestigt de boete, maar verlaagt deze met 10% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Tevens veroordeelt het Hof de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De naheffingsaanslag wordt gehandhaafd voor het nageheven bedrag en de heffingsrente.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en heffingsrente worden gehandhaafd, de boete verminderd met 10% wegens termijnoverschrijding.