ECLI:NL:GHARN:2004:AR8865
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Wammes
- Van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Toelating tot beëdigde verklaring en opmaken huwelijksaangifte ondanks weigering legalisatie buitenlandse geboorteaktes
Verzoekers, beiden met de Ghanese nationaliteit en woonachtig in Nederland, wilden trouwen maar kregen geen huwelijksaangifte omdat de ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde de akte op te maken. Dit vanwege de weigering van de Nederlandse ambassade in Accra om hun buitenlandse geboorteaktes te legaliseren. De ambtenaar stelde dat zonder gelegaliseerde documenten de identiteit en afstamming niet vastgesteld konden worden.
Het hof oordeelde dat de ambtenaar onvoldoende had onderzocht of er daadwerkelijk gerede twijfel bestond over de identiteit en afstamming van verzoekers. De ambtenaar had niet concreet aangegeven waarop zijn twijfel was gebaseerd en had geen zelfstandig onderzoek verricht. Het hof verwees naar uitspraken van de Raad van State dat legalisatie slechts de formele echtheid bevestigt, niet de inhoudelijke juistheid, en dat het legalisatiebeleid wordt herzien.
Verder stelde het hof dat het ontbreken van gelegaliseerde geboorteaktes gelijkgesteld moet worden met het ontbreken van geboorteaktes in het kader van artikel 1:45 lid 3 BW Pro. Gezien het feit dat verzoekers al jarenlang samenwonen, kinderen hebben en in Nederland verblijven, zou weigering tot huwen ernstige gevolgen hebben, waaronder mogelijke uitzetting van verzoekster.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en beval de ambtenaar verzoekers toe te laten tot het afleggen van de beëdigde verklaring en alsnog de huwelijksaangifte op te maken. De kosten werden gecompenseerd en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen wegens het ontbreken van reactie van de ambtenaar.
Uitkomst: Verzoekers worden toegelaten tot beëdigde verklaring en huwelijksaangifte ondanks het ontbreken van gelegaliseerde geboorteaktes.