ECLI:NL:GHARN:2004:AR8769
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Wesseling-Lubberink
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beslissing rechtbank over vaccinatiegeschil tussen ouders
Partijen, voormalige echtgenoten, oefenen gezamenlijk het gezag uit over hun kinderen die bij de moeder wonen. Er ontstond een geschil over het laten inenten van de kinderen. De moeder is gestopt met vaccineren vanwege vermoedelijke nadelige bijwerkingen, terwijl de vader het belang van inenting benadrukt.
De rechtbank heeft op verzoek van de vader bepaald dat de kinderen ingeënt moeten worden conform het rijksvaccinatieprogramma en tegen meningokokken. De moeder kwam in hoger beroep en stelde procedurele en inhoudelijke grieven in, waaronder dat het verzoek van de vader niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard en dat de medische klachten van de kinderen wel degelijk door de inentingen werden veroorzaakt.
Het hof oordeelt dat de moeder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de klachten door de inentingen zijn veroorzaakt. Ook is zij niet in haar procesbelangen geschaad door de procedurele gang van zaken. Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om de kinderen te laten inenten wordt gevolgd. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de kosten in hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank dat de kinderen ingeënt worden conform het rijksvaccinatieprogramma.