ECLI:NL:GHARN:2004:AR8252
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Groen
- Smeeïng-van Hees
- Van Maas de Bie
- Rechtspraak.nl
Merkinbreuk door gelijkenis yoghurtverpakking met onderscheidend vermogen
In deze zaak stond centraal of de driedimensionale yoghurtverpakkingen van Levola, bestaande uit transparante emmertjes met een onderlegde yoghurtlaag, voldoende onderscheidend vermogen bezaten om als vormmerk beschermd te worden. Het hof nam de gedeponeerde vorm- en beeldmerken als uitgangspunt en oordeelde dat de verpakking niet door de aard van de waar werd bepaald en dus onderscheidend vermogen kon hebben.
Levola voerde aan dat het gebruik van de emmervorm voor yoghurt ongebruikelijk was en dat een marktonderzoek aantoonde dat een aanzienlijk deel van de consumenten het product herkende aan de verpakking. Dorsvlegel stelde dat de vorm basaal en functioneel was en geen individualiteit bezat. Het hof verwierp dit verweer en stelde vast dat yoghurt ook in andere verpakkingen wordt verkocht en dat de emmer geen technische uitkomst was.
Het marktonderzoek toonde aan dat 66,7% van de relevante consumenten het product kon identificeren op basis van de verpakking. Het hof concludeerde dat de vorm/beeldmerken door inburgering voldoende onderscheidend vermogen hadden gekregen. Vervolgens oordeelde het hof dat de Dorsvlegel-emmertjes zodanig overeenstemden met de merken van Levola dat verwarring bij de gemiddelde consument kon ontstaan, ondanks enkele verschillen in opdruk.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de voorzieningenrechter en wees het gevorderde inbreukverbod toe voor de Benelux. Daarnaast legde het hof dwangsommen op en veroordeelde Dorsvlegel in de proceskosten. De overige vorderingen werden afgewezen wegens gebrek aan belang of onvoldoende spoedeisendheid.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat Dorsvlegel inbreuk maakt op de merkrechten van Levola en beveelt staking met dwangsommen.