ECLI:NL:GHARN:2004:AR7233
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Hof matigt boete motorrijtuigenbelasting wegens onevenredigheid
Belanghebbende was sinds 16 december 1997 houder van een Citroen bestelauto die oorspronkelijk was voorzien van een vaste wand tussen cabine en laadgedeelte. Deze wand was verwijderd door de garage vóór aankoop, waardoor de auto niet meer voldeed aan de eisen voor een bestelauto. Op 1 oktober 2003 constateerde de Inspecteur via visuele controle dat de auto niet aan de wettelijke eisen voldeed.
Hierop legde de Inspecteur een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op van €450, het verschil tussen het bestelautotarief en het personenautotarief, en een boete van €450 wegens verzuim. Belanghebbende stelde dat hij de auto als bestelauto had gekocht en geen reden had om aan te nemen dat een ander tarief verschuldigd was. Hij zou het bedrag direct hebben betaald indien hij dat had geweten.
Het Hof oordeelde dat de boete van 100% onevenredig was gezien de verzachtende omstandigheden en matigde deze tot €225. Het Hof benadrukte dat de rechterlijke toetsing van boetes geen bestuursrechtelijke taak is, maar een rechterlijke, en dat de Inspecteur in redelijkheid een lagere boete had kunnen opleggen. Tevens werd het griffierecht van €37 aan belanghebbende vergoed en proceskosten van €17 toegewezen.
Uitkomst: Het Hof matigt de opgelegde boete motorrijtuigenbelasting van €450 naar €225 wegens onevenredigheid.