ECLI:NL:GHARN:2004:AR4568
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Loo
- De Boer
- Bakkerus
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid gemeente voor vertragingsschade door late bouwvergunningverlening
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de gemeente Enschede aansprakelijk was voor schade die voortvloeide uit de vertraagde verlening van bouwvergunningen aan geïntimeerde. De gemeente had de bouwaanvragen te laat ontvangen, waardoor de vergunningen niet tijdig konden worden verleend. De rechtbank had de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade, maar het hof vernietigde dit oordeel deels.
Het hof stelde vast dat geïntimeerde contractueel verplicht was de bouwaanvragen uiterlijk op 1 mei 2000 in te dienen, wat niet gebeurde. De vertraging was mede het gevolg van onjuiste verwachtingen gewekt door ambtenaren, maar dit ontsloeg geïntimeerde niet van zijn verplichtingen. De gemeente had bovendien op 6 december 2000 een aanvullende overeenkomst gesloten waarin zij toezegde de vergunningen snel te verlenen, maar zij was toen al op de hoogte van een brief van het ministerie die beperkingen oplegde vanwege de nabijheid van een vuurwerkopslag.
De gemeente weigerde vervolgens de vergunningen op 1 februari 2001, wat het hof kwalificeerde als een weigering. De bestuursrechter vernietigde later het besluit van 28 augustus 2001 waarin de gemeente de bezwaren van geïntimeerde ongegrond verklaarde. Het hof oordeelde dat de gemeente toerekenbaar tekortgeschoten is door de vertragingsschade die ontstond doordat de vergunningen pas op 29 januari 2002 werden verleend. Andere schadevorderingen werden afgewezen. De gemeente werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De gemeente is aansprakelijk voor de vertragingsschade door late bouwvergunningverlening, overige schadevorderingen worden afgewezen.