ECLI:NL:GHARN:2004:AQ6470
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Wesseling-Lubberink
- Van Ginhoven
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid convenant over verdeling huwelijksgoederengemeenschap ondanks niet-ondertekening
Partijen zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn gescheiden. Tijdens de echtscheidingsprocedure hebben zij onderhandeld over een convenant waarin de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap anders dan bij helfte werd geregeld. Dit convenant is opgesteld maar niet ondertekend vanwege onduidelijkheid over de betaling van schenkingsrecht.
De vrouw stelde in hoger beroep dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen en dat het convenant niet bindend was. Het hof oordeelde dat partijen wel degelijk overeenstemming hadden bereikt over de verdeling en dat de niet-ondertekening niet tot nietigheid van de overeenkomst leidde. De fiscale consequenties en het schenkingsrecht, dat volgens het hof voor rekening van de man komt, maakten de overeenkomst niet onaanvaardbaar.
De vrouw voerde ook misbruik van omstandigheden en dwaling aan, maar deze gronden werden verworpen omdat onvoldoende feiten waren gesteld die dit aannemelijk maakten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat het convenant als bindende overeenkomst aanmerkt en wees het hoger beroep van de vrouw af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af, waarbij het convenant als bindende overeenkomst wordt beschouwd.