ECLI:NL:GHARN:2004:AQ5595
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Kok
- Van Ditzhuijzen
- mr. ing. Jansens van Gellicum
- ing. Hamelink
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt pachtovereenkomst en wijst ontbinding af
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen partijen sprake was van een pachtovereenkomst en of deze ontbonden kon worden. De appellanten vorderden een verklaring voor recht dat er een pachtovereenkomst bestond, terwijl de geïntimeerde in reconventie ontbinding van die overeenkomst verlangde.
De rechtbank had eerder vastgesteld dat er een pachtovereenkomst was en deze ontbonden. In hoger beroep bestreden partijen deze uitspraken. Het hof oordeelde dat uit de akten van 20 september 1998 en juni 1999 duidelijk volgt dat er sprake is van een pachtovereenkomst in de zin van de Pachtwet. De aanvullende overeenkomsten wijzigden hier niets aan.
De ontbindingsgronden van de geïntimeerde, waaronder het onjuist invullen van mestformulieren en het ontbreken van persoonlijk gebruik van het gepachte door appellanten, werden door het hof niet voldoende onderbouwd. Het hof overwoog dat tekortkomingen in het invullen van formulieren niet rechtvaardigen tot ontbinding, mede omdat concrete schade niet met zekerheid was aangetoond. Ook de stelling dat appellanten niet persoonlijk betrokken waren bij de exploitatie werd verworpen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, behalve de beslissing over proceskosten in conventie, en verklaarde voor recht dat sprake is van een pachtovereenkomst. De vordering tot ontbinding werd afgewezen. Geïntimeerde werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart dat sprake is van een pachtovereenkomst en wijst de ontbindingsvordering af.