ECLI:NL:GHARN:2004:AQ5337
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.M. de Kroon
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Geschil over toepassing vervangingsreserve en winstcorrecties bij uittreden uit commanditaire vennootschap
Belanghebbende was beherend vennoot van een commanditaire vennootschap (CV) die een Israëlische broodjeszaak exploiteerde. Na onenigheid trad hij per 1 maart 1999 uit de CV uit en startte een nieuwe horecaonderneming. Bij de aangifte inkomstenbelasting 1999 stelde belanghebbende toepassing van een vervangingsreserve voor de ontvangen uittreedsom.
De Inspecteur stelde dat sprake was van staking van de onderneming en dat de nieuwe onderneming een zelfstandige was, waardoor geen vervangingsreserve kon worden gevormd. Tevens stelde de Inspecteur dat het bedrag van ƒ 275.000 grotendeels betrekking had op goodwill en dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij zou investeren in gelijkwaardige bedrijfsmiddelen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor het bestaan van stille reserves in de bedrijfsmiddelen en voor het voornemen tot vervanging daarvan. Ook de stelling dat verbouwingswaarde in de CV achterbleef, werd verworpen. De vorming van een vervangingsreserve werd daarom uitgesloten. Verder werd geoordeeld dat de kosten die belanghebbende ineens wilde aftrekken, niet aannemelijk waren als direct aftrekbare lasten. De door de Inspecteur vastgestelde aanslag werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1999 wordt bevestigd.