ECLI:NL:GHARN:2004:AP1454
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van kosten persoonlijke reis naar Kenia als zakelijke kosten
Belanghebbende, een hoogleraar toxicologie die in 2000 werkzaam was aan de Universiteit, maakte in dat jaar een reis naar Kenia samen met zijn echtgenote. Deze reis was niet gefinancierd door derden en had geen specifiek onderzoeksdoel, maar was bedoeld om locaties te bezoeken waar hij in het verleden wetenschappelijk onderzoek had verricht. Belanghebbende bracht de helft van de kosten van deze reis in aftrek als kosten verbonden aan zijn dienstbetrekking.
De Inspecteur van de Belastingdienst wees deze aftrek af en handhaafde de aanslag inkomstenbelasting over 2000. Het Gerechtshof Arnhem oordeelde dat de reis in de persoonlijke sfeer viel en dat de kosten daarom niet aftrekbaar waren als kosten voor het verwerven van inkomen. Het hof stelde dat het ontbreken van concreet onderzoek en het feit dat de reis niet in het kader van een dienstbetrekking of door derden werd gefinancierd, wezen op een te ver verwijderd verband met de dienstbetrekking.
Belanghebbendes beroep werd ongegrond verklaard. Ook het subsidiaire beroep dat de kosten op grond van het gelijkheidsbeginsel met rijksambtenaren vergoed zouden moeten worden, werd verworpen omdat geen sprake was van feitelijk en rechtens vergelijkbare gevallen. Het hof sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd.