ECLI:NL:GHARN:2004:AP1448
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- mr. Den Ouden
- prof.dr. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk geschil over toepassing artikel 10 Successiewet bij schenking met vruchtgebruik
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag in het recht van successie naar aanleiding van een schenking met schuldbekentenis uit 1984, waarbij de hoofdsom en rente niet opeisbaar waren gedurende het leven van de ouders. De Inspecteur kwalificeerde de vordering vermeerderd met rente als een erfrechtelijke verkrijging op grond van artikel 10 van Pro de Successiewet 1956.
Tijdens de zitting werd uitgebreid ingegaan op de interpretatie van de schenking en de fiscale gevolgen daarvan. Belanghebbende stelde dat de schenking rechtsgeldig was en dat de rente jaarlijks werd verantwoord, terwijl de Inspecteur betoogde dat de erflater het genot van de hoofdsom en rente behield, waardoor sprake was van vruchtgebruik.
Het hof oordeelde dat de erflater feitelijk nooit bedragen had afgelost of rente betaald aan de kinderen en dat het tegoed op een aparte bankrekening stond die niet op naam van de kinderen stond. Hierdoor had de erflater het genot van de vordering behouden, zodat artikel 10 van Pro de Wet van toepassing was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Een kostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het hof te Arnhem op 17 mei 2004, waarbij het recht op cassatie werd gewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag successierecht wordt ongegrond verklaard.