ECLI:NL:GHARN:2004:AP0303
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelprocedure WOZ-waarde woning wegens onjuiste waarderingsgrondslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning gelegen te Almere over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2004. De ambtenaar had de waarde vastgesteld op basis van artikel 22 van Pro de Wet waardering onroerende zaken (WOZ), terwijl volgens het hof artikel 25 van Pro die wet van toepassing was. De beschikking vermeldde niet het tijdstip waarop de staat van de onroerende zaak voor de waardering was beoordeeld, wat op grond van jurisprudentie tot nietigheid leidt.
De woning was gebouwd en opgeleverd in 2001, na de aanvang van het tijdvak, zodat de waarde moest worden bepaald naar de staat bij het begin van het kalenderjaar 2002, conform artikel 19, tweede lid, van de wet WOZ. De stukken waren echter onvoldoende om een definitieve conclusie te trekken over de waarde op de peildatum.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak waarvan beroep en droeg de ambtenaar op binnen vier maanden een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast werd de gemeente Almere veroordeeld tot vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de ambtenaar wordt opgedragen binnen vier maanden een nieuwe uitspraak op bezwaar te doen met inachtneming van de uitspraak van het hof.