ECLI:NL:GHARN:2004:AP0297
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- M.C.M. de Kroon
- Tj. van Rij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aandelen in BV bij verkoop na onderhandelingen en herhuisvesting
Belanghebbende betwist de door de Inspecteur vastgestelde verkrijgingsprijs van zijn aandelen in [A] Holding BV per 1 januari 1997. Het geschil betreft de juiste waardering van de aandelen, waarbij belanghebbende een rekenmodel hanteert dat gebaseerd is op intrinsieke waarde en rentabiliteitswaarde, en de Inspecteur een lagere waarde vaststelt met correcties voor een bonus aan verkopers en effecten van transacties met de gemeente.
Na langdurige onderhandelingen en een verkoop van het fabrieksterrein aan de gemeente [Q], zijn de aandelen in 1998 verkocht aan een door belanghebbende opgerichte BV. Het Hof oordeelt dat deze transacties tussen onafhankelijke partijen tot stand zijn gekomen en als uitgangspunt kunnen dienen voor de waardering per 1 januari 1997, mits rekening wordt gehouden met relevante waardeveranderende omstandigheden.
Het Hof verwerpt de door de Inspecteur voorgestelde correcties wegens gebrek aan concrete en objectieve onderbouwing. Wel wordt erkend dat de winst over 1997 en 1998 deels uit de berekening moet worden geëlimineerd. Uiteindelijk stelt het Hof de waarde per aandeel vast op ƒ 5.357 (€ 2.425.000 voor alle aandelen), wat leidt tot een verkrijgingsprijs van € 218.781 voor het pakket van belanghebbende.
Het Hof veroordeelt de Staat tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van belanghebbende. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De verkrijgingsprijs van de aandelen wordt vastgesteld op €218.781, waarbij het rekenmodel van belanghebbende wordt gevolgd en de correcties van de Inspecteur worden verworpen.