ECLI:NL:GHARN:2004:AO9843
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Rechtspraak.nl
Weigering verstek wegens niet tijdige betekening appèldagvaarding volgens EG-betekeningsverordening
In deze civiele procedure heeft Beimer B.V. hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Almelo. De appèldagvaarding werd op 13 januari 2004 betekend aan de procureur van Wolff Walsrode in Nederland, maar niet binnen de vereiste veertien dagen verzonden aan het Amtsgericht Walsrode in Duitsland, zoals voorgeschreven door de EG-betekeningsverordening.
Beimer heeft op 6 februari 2004 een herstelexploot verzonden om het verzuim te herstellen, maar dit was te laat volgens het arrest van de Hoge Raad van 17 januari 2003, waarin is bepaald dat de termijn van veertien dagen een fatale termijn is. De Duitse instantie weigerde de stukken in ontvangst te nemen omdat deze niet in het Duits waren vertaald.
Het hof oordeelt dat de betekening van de appèldagvaarding niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden en dat het verzoek om verstek te verlenen daarom moet worden geweigerd. De procedure wordt beëindigd wegens gebrek aan geldige betekening.
Dit arrest bevestigt het belang van strikte naleving van de EG-betekeningsverordening bij betekening van processtukken in internationale civiele procedures.
Uitkomst: Het hof weigert het verstek en verklaart de instantie geëindigd wegens niet tijdige betekening van de appèldagvaarding aan de Duitse ontvangende instantie.