ECLI:NL:GHARN:2004:AO8576
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Van Ginkel
- Mens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot uitsluitend gebruik echtelijke woning in echtscheidingsprocedure
In deze zaak hebben partijen, gehuwd sinds 1992 en inmiddels gescheiden volgens een beschikking van 12 november 2003, verzoeken ingediend bij het hof met betrekking tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De vrouw verzocht het hof om haar het uitsluitend gebruik van de woning toe te wijzen met een bevel aan de man om de woning niet meer te betreden. De man deed een tegenverzoek om het uitsluitend gebruik aan hem toe te wijzen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 25 maart 2004, waar beide partijen in persoon verschenen met hun advocaten, heeft het hof de verzoeken inhoudelijk besproken. De vrouw stelde dat de situatie in de woning onhoudbaar was vanwege mishandeling en intimidatie, terwijl de man dit betwistte en stelde dat de situatie niet onhoudbaar was en dat hij geen woonruimte elders kon vinden.
Het hof oordeelde dat de vrouw haar stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt en dat de man zijn betwisting gemotiveerd had onderbouwd. Gezien het feit dat de echtscheiding reeds was uitgesproken en de vrouw haar verzoek tot voorlopige voorziening bijna een jaar na de echtscheidingsaanvraag had ingediend, achtte het hof geen grond voor toewijzing van het uitsluitend gebruik aan een van de partijen.
Daarom wees het hof beide verzoeken af en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is gegeven door de rechters Hooft Graafland, Van Ginkel en Mens op 6 april 2004.
Uitkomst: Het hof wijst de verzoeken van beide partijen tot uitsluitend gebruik van de echtelijke woning af en compenseert de proceskosten.