ECLI:NL:GHARN:2004:AO8133
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ginkel
- Wesseling-Lubberink
- Wammes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnissen inzake financiële afwikkeling samenleving zonder vermogensrechtelijke afspraak
Partijen leefden sinds 1983 samen als waren zij gehuwd. De vrouw werkte in de onderneming van de man en zorgde voor het huishouden en de kinderen. Na beëindiging van de samenleving in 2001 vordert de vrouw de helft van het tijdens de samenleving opgebouwde vermogen, stellende dat partijen hierover een afspraak hadden gemaakt.
De vrouw baseert haar vordering op een vermeende afspraak bevestigd in een ontwerp-participatieovereenkomst en brieven van notaris De Lange. Het hof oordeelt dat deze documenten geen bewijs vormen van een geldige vermogensrechtelijke regeling, mede omdat de man deze niet heeft ondertekend of expliciet aanvaard.
Getuigenverklaringen van de vrouw en haar getuigen zijn onvoldoende concreet en overtuigend, terwijl de man ontkent ooit een dergelijke afspraak te hebben gemaakt. De rechtbank heeft de vrouw reeds niet in haar bewijs geslaagd geacht, en het hof bekrachtigt dit oordeel.
De vrouw heeft geen aanvullend bewijs geleverd in hoger beroep. Het hof concludeert dat er geen contractuele vermogensrechtelijke aanspraken zijn ontstaan uit de samenleving. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en wijst de vordering van de vrouw tot toekenning van de helft van het vermogen af wegens gebrek aan bewijs van een vermogensrechtelijke afspraak.