ECLI:NL:GHARN:2004:AO7865
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van giften aan zendingswerker als belastbaar inkomen
Belanghebbende, een zendingswerker die tussen 1996 en 1999 giften ontving van een zendingscommissie, werd door de Inspecteur aangeslagen voor deze bedragen als belastbaar inkomen. De Inspecteur baseerde dit op artikel 22, eerste lid, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, dat inkomsten uit arbeid definieert.
Belanghebbende voerde aan dat de giften geen inkomen vormden omdat er geen direct verband was met zijn vrijwillige werkzaamheden. Subsidiair stelde hij dat hij mocht vertrouwen op onbelastbaarheid van deze giften vanwege eerdere afspraken en correspondentie tussen de Stichting en de Belastingdienst.
Het Hof oordeelde dat er wel een direct verband bestond tussen de giften en de werkzaamheden, waardoor het primaire standpunt van belanghebbende werd verworpen. Echter, het Hof achtte het onaanvaardbaar dat de Belastingdienst zonder voorafgaande aankondiging de giften alsnog belastte, gelet op het vertrouwensbeginsel en eerdere afspraken.
Daarom vernietigde het Hof de navorderingsaanslagen over 1996-1998, verminderde de aanslag 1999 en gelastte vergoeding van griffierecht. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard op basis van het in rechte te beschermen vertrouwen.
Uitkomst: Het hof vernietigde de navorderingsaanslagen over 1996-1998 en verminderde de aanslag 1999 vanwege het vertrouwensbeginsel.