ECLI:NL:GHARN:2004:AO7631
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Tjittes
- Rank-Berenschot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling adequaatheid handelen waarnemend huisarts bij patiënt met dwarslaesie
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de waarnemend huisarts ([appellant]) adequaat heeft gehandeld bij de behandeling van een patiënte die uiteindelijk een dwarslaesie bleek te hebben. De patiënte had sinds april 1992 progressieve rug- en beenpijn en werd behandeld door haar eigen huisarts [H.]. Tijdens diens vakantie werd zij gezien door de waarnemend huisarts, die op 12 september 1992 een neurologisch onderzoek uitvoerde en geen afwijkingen vaststelde die een spoedopname rechtvaardigden.
De deskundigenrapporten van prof dr Van Weel en prof dr Wokke werden uitgebreid besproken. Prof dr Van Weel concludeerde dat het handelen van de waarnemer adequaat was, gezien de beschikbare informatie en het afwachtende beleid van de eigen huisarts. Prof dr Wokke had aanvankelijk een kritischer oordeel, maar kwam later terug op zijn zienswijze en vond dat het oordeel over de huisarts aan andere deskundigen moest worden overgelaten.
Het hof constateerde dat de communicatie tussen de behandelend artsen niet optimaal was, maar dat de waarnemend huisarts redelijkerwijs mocht vertrouwen op het bestaande beleid en de onderzoeksbevindingen. De klachten van de patiënte op 12 september 1992 waren niet wezenlijk anders dan eerder en rechtvaardigden geen onmiddellijke ziekenhuisopname. Het hof verwierp de vorderingen van de patiënte en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de waarnemend huisarts adequaat heeft gehandeld en wijst de vorderingen van de patiënte af.