ECLI:NL:GHARN:2004:AO6970
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P.M. Haas
- P.M. van Schie
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaste inrichting en vaste vertegenwoordiger voor belastingheffing in Nederland
Belanghebbende, gevestigd in Canada, betwistte dat hij in Nederland een vaste inrichting had in de vorm van een vaste vertegenwoordiger, zoals bedoeld in het belastingverdrag tussen Nederland en Canada. De Inspecteur stelde dat belanghebbende via een vaste vertegenwoordiger in Nederland winst behaalde die aan Nederland toegerekend moest worden.
Na verwijzing door de Hoge Raad beoordeelde het Gerechtshof Arnhem de feiten en omstandigheden, waaronder het gebruik van een vaste vertegenwoordiger die gemachtigd was namens belanghebbende overeenkomsten te sluiten en regelmatig in Nederland handelde. Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er geen vaste vertegenwoordiger was of dat diens werkzaamheden slechts van voorbereidende aard waren.
Het hof concludeerde dat de Inspecteur terecht de winst toerekende aan de vaste inrichting in Nederland en verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Tevens oordeelde het hof dat geen proceskostenveroordeling op zijn plaats was.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de winst wordt toegerekend aan de vaste inrichting in Nederland.