ECLI:NL:GHARN:2003:AO1742
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Rijken
- Wesseling-Lubberink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevelen wegens overschrijding verzettermijn
In deze civiele zaak stond de ontvankelijkheid van het verzet van [H.K.] tegen drie dwangbevelen centraal. Deze dwangbevelen, gedateerd 16 oktober 1998, 16 december 1998 en 7 april 1999, steunden op een dwangsombeschikking van 19 december 1995. Het hof oordeelde dat op deze dwangbevelen de oude wettelijke regeling van toepassing was, waarbij een verzettermijn van dertig dagen gold.
[H.K.] was volgens het hof niet tijdig in verzet gekomen tegen de dwangbevelen, waardoor hij niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het hof verwierp het standpunt van appellant dat hij mocht afgaan op de door de gemeente genoemde verzettermijnen op de dwangbevelen, aangezien termijnen strikt moeten worden toegepast in executiegeschillen bij de burgerlijke rechter.
De eerdere vonnissen van de rechtbank Zutphen werden vernietigd en het hof deed opnieuw uitspraak. In alle zaken werd [H.K.] veroordeeld in de proceskosten, terwijl de gemeente de kosten van het hoger beroep voor haar rekening nam. Het hof wees het meer of anders gevorderde af en besloot niet te oordelen over het voegingsincident.
Uitkomst: Appellant werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen drie dwangbevelen wegens overschrijding van de verzettermijn.