ECLI:NL:GHARN:2003:AO1512
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vermindert navorderingsaanslag inkomstenbelasting na bezwaar niet-ontvankelijkheid
Belanghebbende startte in 1995 een eenmanszaak en gaf in haar aangifte inkomstenbelasting een negatieve winst aan, maar de Inspecteur corrigeerde de omzet met ƒ 29.007 en legde een navorderingsaanslag op. Belanghebbende werd primair niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering van het bezwaar. Het Hof oordeelde dat het bezwaar wel degelijk duidelijk maakte waartegen werd geprotesteerd en dat niet-ontvankelijkheid onterecht was.
Subsidiair stelde de Inspecteur dat belanghebbende onvoldoende gegevens had verstrekt over diverse niet-verklaarde bank- en kasstortingen en privégebruik van de auto. Het Hof vond dat belanghebbende niet had voldaan aan haar informatieplicht en dat de Inspecteur zijn correcties voldoende had onderbouwd en aannemelijk gemaakt. Wel werd een kasstorting van ƒ 11.500 als mogelijke kapitaalstorting buiten beschouwing gelaten.
Het Hof vernietigde de eerdere uitspraak, verklaarde het beroep gegrond, en verminderde de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van € 14.806 (ƒ 32.629). Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen cassatie mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van € 14.806.