ECLI:NL:GHARN:2003:AO0428
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Lensing
- Vegter
- Koksma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens schending procesorde bij MKZ-opslagonderzoek
In deze strafzaak speelde het opsporingsonderzoek naar de opslag van kadavers en versneden vlees tijdens de MKZ-crisis in de Noordoostpolder. Het onderzoek werd op 18 mei 2001 op last van de hoofdofficier van justitie wegens overmacht stopgezet, waarna er een redelijke verwachting ontstond bij verdachte en andere betrokken koel- en vrieshuizen dat zij niet vervolgd zouden worden.
Later werd het onderzoek zonder duidelijke redenen hervat en werd tot vervolging overgegaan, hetgeen het hof onaanvaardbaar achtte. Het Openbaar Ministerie heeft volgens het hof de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden, met name het vertrouwensbeginsel en de redelijke en billijke belangenafweging.
Diverse getuigenverklaringen bevestigden dat de situatie door meerdere overheidsinstanties als een crisis werd gezien en dat er geen intentie was tot vervolging. Het hof oordeelde dat de gang van zaken bij het stopzetten en later hervatten van het onderzoek de verdachte en andere partijen in de onjuiste veronderstelling liet dat vervolging niet zou plaatsvinden.
Daarom verklaarde het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging, vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde.