ECLI:NL:GHARN:2003:AO0424
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Lensing
- Vegter
- Koksma
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending beginselen behoorlijke procesorde in MKZ-opslagzaak
Op 18 mei 2001 werd een strafrechtelijk onderzoek gestart naar de opslag van kadavers en versneden vlees in koel- en vrieshuizen in de Noordoostpolder, in verband met stankoverlast en MKZ-bestrijding. Dit onderzoek werd dezelfde dag door de hoofdofficier van justitie wegens overmacht stopgezet, waarbij betrokken partijen de indruk kregen niet strafrechtelijk vervolgd te zullen worden.
Ondanks deze stopzetting werd het onderzoek begin november 2001 hervat en volgde alsnog een strafvervolging. Het hof oordeelt dat het Openbaar Ministerie hiermee de beginselen van een behoorlijke procesorde heeft geschonden, met name het vertrouwensbeginsel en de redelijke en billijke belangenafweging, omdat geen deugdelijke reden voor de herstart is gegeven en de eerdere verwachtingen bij verdachte en andere betrokkenen gerechtvaardigd waren.
Diverse getuigenverklaringen bevestigen dat de situatie als een overmachtsituatie werd gezien en dat betrokken instanties, waaronder het Ministerie van Landbouw en de gemeente, medewerking verleenden met de verwachting dat er geen strafrechtelijke gevolgen zouden zijn. Het hof concludeert dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging.
Het arrest van 18 december 2003 vernietigt het eerdere vonnis en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk, waarmee de strafvervolging wordt beëindigd.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens schending van het vertrouwensbeginsel en redelijke belangenafweging.