ECLI:NL:GHARN:2003:AO0077
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vastgestelde WOZ-waarde woning wegens onvoldoende bewijs onderhoudstoestand
Belanghebbende betwistte de door de Ambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 1999, die was vastgesteld op ƒ 613.000. Hij voerde aan dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer vanwege achterstallig onderhoud aan houten constructiedelen.
De Ambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport waarin vier vergelijkingsobjecten werden genoemd. Het Hof oordeelde dat deze vergelijkingen in beginsel steun boden aan de vastgestelde waarde. Belanghebbende stelde echter dat de vergelijking niet correct was en dat de waarde met ƒ 81.000 verminderd moest worden.
Het Hof verwierp deze eerste grief wegens onvoldoende onderbouwing. De tweede grief betrof het onderhoud, waarbij belanghebbende stelde dat de woning een waardevermindering van ƒ 35.000 verdiende. De Ambtenaar verwees naar een taxatierapport waarin een andere taxateur de woning had geïnspecteerd en geen gebreken had vastgesteld. Het Hof oordeelde dat deze inspectie onvoldoende was omdat de taxateur die het rapport opstelde de woning niet zelf had gezien.
Het Hof concludeerde dat de Ambtenaar niet had voldaan aan zijn bewijslast en volgde belanghebbende in zijn standpunt. De vastgestelde waarde werd daarom verminderd met ƒ 35.000 tot € 262.284. Tevens werd het door belanghebbende betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd met ƒ 35.000 wegens onvoldoende bewijs van onderhoudstoestand door de Ambtenaar.