ECLI:NL:GHARN:2003:AN7579
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardedrukkende factor duurzame zelfbewoning bij overgang agrarisch onroerend goed
Belanghebbende had zijn agrarische onderneming per 10 mei 2000 gestaakt, waarbij een boerenwoning overging naar zijn privévermogen. De woning werd duurzaam zelf bewoond. Bij de waardering van de woning voor de inkomstenbelasting ontstond discussie over de waardedrukkende factor van duurzame zelfbewoning.
Belanghebbende stelde dat de waarde in verhuurde staat (ƒ 148.000) als uitgangspunt diende, terwijl de Inspecteur uitging van 65% van de waarde in vrije staat (ƒ 196.950), conform een besluit van de staatssecretaris van Financiën. Het hof overwoog dat de waarde in verhuurde staat nog gecorrigeerd moet worden omdat bewoners doorgaans bereid zijn meer te betalen dan de verhuurde waarde.
Het hof verwierp het beroep van belanghebbende en oordeelde dat het percentage van 65% van de waarde in vrije staat voldoende rekening houdt met de waardedruk door duurzame zelfbewoning. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de raadsheer Den Ouden op 16 oktober 2003 te Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.