ECLI:NL:GHARN:2003:AM7804
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen correctie niet-aftrekbare rente bij verdeling huwelijksgemeenschap
Belanghebbende is in beroep gekomen tegen een uitspraak op bezwaar van de Inspecteur van de Belastingdienst waarin een correctie van f. 2.435,- inzake niet-aftrekbare rente werd gehandhaafd. De kwestie betreft de aftrekbaarheid van rente op leningen die belanghebbende tijdens de echtscheiding op zich heeft genomen.
Bij de verdeling van de huwelijksgemeenschap heeft belanghebbende zich verplicht de rente- en aflossingsverplichtingen van twee leningen bij de [a-bank] en [b-bank] te blijven voldoen, zonder verhaal op zijn ex-echtgenote. Het hof stelt vast dat hierdoor sprake is van een onderbedeling van belanghebbende en een overbedeling van zijn ex-echtgenote.
Het hof oordeelt dat de leningen niet voortvloeien uit een overbedeling, maar deze juist hebben veroorzaakt. Daarom valt de betaalde rente niet onder de uitzonderingsbepaling van artikel 45, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de correctie van de Inspecteur wordt gevolgd.
Er worden geen proceskosten toegekend. De uitspraak is mondeling gedaan en kan binnen vier weken worden vervangen door een schriftelijke uitspraak, zonder inhoudelijke heroverweging.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de correctie niet-aftrekbare rente wordt ongegrond verklaard.