ECLI:NL:GHARN:2003:AM7789

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
8 oktober 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03-01116
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.M. van Schie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:84 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:86 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling verzoek voorlopige voorziening bij belastingaanslag en beslag onroerende zaak

Belanghebbende heeft tegen een aanslag inkomstenbelasting 1999 bezwaar gemaakt en een ongemotiveerd beroepschrift ingediend. De aanslag is gebaseerd op een FIOD-rapport dat destijds nog niet beschikbaar was voor belanghebbende. De ontvanger heeft beslag gelegd op een onroerende zaak van belanghebbende ter zekerheid van de aanslag en andere belastingen.

Belanghebbende verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, waaronder vernietiging of schorsing van de aanslag en opheffing van het beslag. Tijdens de mondelinge behandeling wijzigde belanghebbendes gemachtigde het verzoek tot opheffing van het beslag.

Het hof oordeelt dat een voorlopige voorziening alleen mogelijk is bij onverwijlde spoed. Hoewel het beslag de verkoop van de onroerende zaak kan belemmeren, is de voorzieningenrechter onbevoegd om over het beslag te oordelen, evenals het hof in de hoofdzaak. Ook voor schorsing van de aanslag is de voorzieningenrechter onbevoegd. Gezien de samenhang met andere aanslagen is nader onderzoek nodig, zodat vernietiging van het besluit wordt afgewezen.

Partijen spraken af dat belanghebbende binnen een maand een gemotiveerd beroepschrift zal indienen en de inspecteur daarop zal reageren, waarna de mondelinge behandeling nog in 2003 zal plaatsvinden. Tevens zal belanghebbende overleg voeren met de ontvanger over het beslag. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en de voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd voor schorsing en opheffing van het beslag.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
voorzieningenrechter belastingkamer
nummer 03/ 01116 (inkomstenbelasting)
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
ingevolge artikel 8:84 van Pro de
Algemene wet bestuursrecht
Belanghebbende : [X]
Te : [Z]
Ambtenaar : de inspecteur van de Belastingdienst/[P] (hierna: de Inspecteur)
Aangevallen besluit : uitspraak op bezwaar
Betreft : aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1999
Nummer : […H.96]
Mondelinge behandeling : op 24 september 2003 te Arnhem
Waarbij verschenen : belanghebbende, [A en belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur]
gronden:
1. Belanghebbende heeft op 5 mei 2003 tegen het bovenvermelde besluit een ongemotiveerd beroepschrift ingediend.
2. Het beroepschrift is niet gemotiveerd omdat ten tijde van de indiening het FIOD-rapport op basis waarvan de desbetreffende naheffingsaanslag is opgelegd nog niet ter beschikking van belanghebbende stond.
3. Op de onroerende zaak [a-weg 1 te Z] is door de ontvanger tot zekerheid beslag gelegd in verband met deze aanslag en andere belastingaanslagen.
4. Belanghebbende heeft op 17 juni 2003 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, onder meer inhoudende vernietiging van de bestreden uitspraak en van de aanslag dan wel subsidiair schorsing van de bestreden uitspraak en van de aanslag.
5. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 september 2003 heeft belanghebbendes gemachtigde zijn verzoek aan de voorzieningenrechter gewijzigd. In zijn pleitnota verzoekt hij de voorzieningenrechter om het beslag op de onroerende zaak onder 3. genoemd op te heffen.
6. Het treffen van een voorlopige voorziening is slechts mogelijk indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, een dergelijke voorziening vereist. Een spoedeisend belang zou in het onderhavige geval daarin kunnen bestaan dat door het beslag op de onroerende zaak [a-weg 1 te Z] belanghebbende niet tot verkoop van de onroerende zaak kan overgaan. Voor zover belanghebbende verzoekt om opheffing van genoemd beslag is de voorzieningenrechter echter onbevoegd daarover te oordelen, nu het Hof ook niet bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak dienaangaande.
7. Een spoedeisend belang zou in het onderhavige geval tevens daarin kunnen bestaan dat uitspraak wordt gedaan over de hoogte van de aanslag en mitsdien op de voet van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak zou worden gedaan in de hoofdzaak. Gelet op de samenhang met andere belastingaanslagen en de geschilpunten tussen partijen is nader onderzoek om tot een beoordeling van de zaak te komen echter noodzakelijk. Voor zover belanghebbende verzoekt om vernietiging van het bestreden besluit en de aanslag moet het verzoek mitsdien worden afgewezen. Voor zover belanghebbende verzoekt om schorsing van het bestreden besluit en de aanslag - welk verzoek de voorzieningenrechter begrijpt als een verzoek om uitstel van invorderingsmaatregelen met betrekking tot de desbetreffende aanslag - is de voorzieningenrechter onbevoegd daarover te oordelen.
8. Om zo spoedig mogelijk tot een behandeling van de hoofdzaak te kunnen komen zijn ter zitting tussen partijen de volgende afspraken gemaakt:
· binnen één maand na de mondelinge behandeling zal belanghebbendes gemachtigde zorgdragen voor de motivering van het beroepschrift en van de met deze zaak samenhangende beroepschriften;
· de Inspecteur zal eveneens binnen een termijn van maximaal één maand na toezending van de motivering van het beroepschrift reageren;
· de mondelinge behandeling van dit beroep en van de hiermee samenhangende beroepschriften zal nog in het jaar 2003 plaatsvinden;
· zo spoedig mogelijk zal door belanghebbende overleg worden gevoerd met de ontvanger over de mogelijkheden tot opheffing van het beslag op de onroerende zaak in verband met een mogelijke verkoop.
proceskosten:
De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
beslissing:
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek af voor zover het betreft de vernietiging van het bestreden besluit en de aanslag;
- verklaart zich onbevoegd voor zover het verzoek betreft de schorsing van het bestreden besluit en de aanslag;
- verklaart zich onbevoegd voor zover het verzoek betreft de opheffing van het beslag op de onroerende zaak.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2003 door mr. Van Schie, fungerend voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Delnooz-Engels als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
de griffier, de voorzieningenrechter,
(J.H.M. Delnooz-Engels) ( P.M. van Schie)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op