ECLI:NL:GHARN:2003:AM2632
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Smeeïng-van Hees
- Van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Bestuurder aansprakelijk voor onrechtmatige daad wegens wanprestatie na onverschuldigde betaling en faillissement
In deze civiele zaak staat centraal of AAV onverschuldigde betalingen aan de [S.] Glasverzekering Maatschappij N.V. kan terugvorderen en of de voormalige bestuurder van de [S.], appellant, persoonlijk aansprakelijk is wegens onrechtmatige daad.
De feiten zijn dat AAV in 1993 abusievelijk twee betalingen heeft gedaan aan de [S.] ter hoogte van in totaal ƒ 572.965,05, terwijl de verzekeringsportefeuille per 1 januari 1993 was overgedragen aan DBV. De vraag was of DBV deze betalingen heeft bekrachtigd en of deze betalingen in het vermogen van DBV zijn gekomen, waardoor terugvordering niet mogelijk zou zijn.
Het hof verwierp de stellingen van appellant dat DBV de betalingen had bekrachtigd of dat deze betalingen via een rekening-courantverhouding aan DBV waren toegerekend. Het hof oordeelde dat AAV recht heeft op terugbetaling van het bedrag wegens onverschuldigde betaling.
Vervolgens stelde het hof vast dat appellant als bestuurder van de [S.] persoonlijk verwijtbaar heeft gehandeld door niet mee te werken aan het ongedaan maken van de vergissing, terwijl hij op de hoogte was van het faillissement van de [S.] en de onmogelijkheid tot terugbetaling. Het hoger beroep van appellant werd grotendeels verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart appellant niet-ontvankelijk voor een deel van het hoger beroep en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank waarbij appellant aansprakelijk wordt gehouden voor onrechtmatige daad.