ECLI:NL:GHARN:2003:AM0245
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek werkruimtekosten bij particuliere arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
Belanghebbende, een psychotherapeut met een praktijk aan huis, bracht kosten van een werkruimte ten bedrage van ƒ 4.066 in aftrek op zijn winst uit onderneming over 1999. Dit terwijl hij in dat jaar wegens ziekte arbeidsongeschiktheidsuitkeringen ontving uit een particuliere verzekering. De Inspecteur weigerde deze aftrek omdat de uitkeringen niet in of vanuit de werkruimte werden verworven.
Het Hof stelde vast dat de uitkeringen als periodieke uitkeringen kwalificeren en niet als winst uit onderneming. Ook werd erkend dat belanghebbende geen arbeid verrichtte in of vanuit de werkruimte om deze uitkeringen te verkrijgen. De wettelijke regeling vereist dat inkomsten hoofdzakelijk in of vanuit de werkruimte worden verworven om aftrek van werkruimtekosten toe te staan.
Belanghebbende voerde aan dat de regeling onbillijk is omdat zij geen rekening houdt met ziekte en de tijdelijke vervanging van winst door uitkeringen. Het Hof verwierp dit en benadrukte dat de rechter niet de billijkheid van de wet beoordeelt. Tevens werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat werknemers en ondernemers fiscaal verschillend worden behandeld en de situaties niet gelijk zijn.
Het Hof bevestigde daarom de uitspraak van de Inspecteur dat de aftrek van kosten van de werkruimte terecht is geweigerd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De aftrek van kosten van de werkruimte is terecht geweigerd omdat de uitkeringen niet in of vanuit de werkruimte zijn verkregen.