ECLI:NL:GHARN:2003:AI0345

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
14 juli 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02-01917
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet milieubeheer
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering afvalstoffenheffing wegens betwisting aantal containeraanbiedingen

Belanghebbende werd aangeslagen voor afvalstoffenheffing gebaseerd op 17 aanbiedingen van een GFT-container en 12 aanbiedingen van een restafvalcontainer. Hij betwistte dit aantal en stelde dat hij respectievelijk 14 en 11 keer containers had aangeboden, onderbouwd met een kopie van een afvalwijzer waarop hij de aanbiedingsdagen had genoteerd.

De heffingsambtenaar beriep zich op geautomatiseerde registratie via chips op de containers en dagrapporten die op bepaalde dagen registraties lieten zien, ook op dagen die belanghebbende ontkende containers te hebben aangeboden. Het hof oordeelde dat de ambtenaar onvoldoende concreet bewijs had geleverd om de betwisting van belanghebbende te weerleggen.

Verder werd vastgesteld dat een container op 10 mei 2001 wel was aangeboden maar niet geleegd vanwege het gewicht, wat geen reden gaf tot vermindering van de aanslag voor die dag. Uiteindelijk werd de aanslag verminderd met het bedrag corresponderend aan vier onterechte registraties, en werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende.

Uitkomst: De aanslag afvalstoffenheffing wordt verminderd tot € 242,10 en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
Zevende enkelvoudige belastingkamer
nr. 02/01917 (afvalstoffenheffing)
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : [X]
te : [Z]
ambtenaar : de heffingsambtenaar van de gemeente Steenwijkerland
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaarschrift
belasting : afvalstoffenheffing
jaar : 2001
notanummer : [01]
mondelinge behandeling : met schriftelijke toestemming van partijen niet gehouden
gronden:
1. Ingevolge de in dezen van toepassing zijnde verordening en tarieventabel bestaat de afvalstoffenheffing uit een vast bedrag (€ 102,10) verhoogd met € 5,60 voor elke keer dat een minicontainer van 240 liter (voor GFT-afval of voor restafval) wordt aangeboden.
2. De omstreden aanslag is berekend naar 17 aanbiedingen van een GFT-container en 12 aanbiedingen van een container voor restafval.
3. Belanghebbende verdedigt dat hij de GFT-container slechts 14 keer en de container voor restafval slechts 11 keer heeft aangeboden. Hij ondersteunt zijn betoog met het overleggen van een kopie van een zogenaamde "afvalwijzer". Op de daarop afgedrukte kalender heeft hij aangegeven op welke dagen hij een container heeft aangeboden.
4. Tegenover de aldus gemotiveerd door belanghebbende bestreden heffing kan de ambtenaar niet volstaan met het betoog dat de registratie van het aantal aanbiedingen geheel is geautomatiseerd (een computer in de vuilnisauto herkent een op de container aangebrachte chip), dat volgens de dagrapporten op 12 april, 12 mei, 7 juni, en 16 augustus 2001 (de dagen dat belanghebbende ontkent een container te hebben aangeboden) registratie van belanghebbendes container heeft plaatsgevonden, en dat structurele problemen met de registratie hem niet bekend of gebleken zijn. Voldoende concreet, door belanghebbende en het hof te toetsen bewijs dat belanghebbende zijn container op de hiervoor gemelde data daadwerkelijk heeft aangeboden is hiermee onvoldoende geleverd, hoewel zulks in redelijkheid wel van een heffingsambtenaar verlangd kan worden in een situatie als de onderhavige waar de belastingheffende overheid heeft gekozen voor heffing naar het aantal van haar door een belastingplichtige verlangde prestaties en die belastingplichtige gemotiveerd betwist dat hij zoveel prestaties heeft verlangd als de ambtenaar beweert.
5. De GFT-container is - aldus belanghebbende - één keer (op 10 mei 2001) wel aangeboden maar niet geleegd. Het hof acht aannemelijk dat de container niet is geleegd omdat deze te zwaar was nu een andere verklaring niet is aangevoerd en belanghebbende ter zake kennelijk ook niet - hetgeen voor de hand had gelegen indien hij van mening was dat zijn container ten onrechte niet was geleegd - op of kort na 10 mei 2001 heeft gereclameerd. Nu voorts de belasting verschuldigd is voor het aanbieden van een container bestaat geen grond tot het oordeel dat ten onrechte is geheven voor de aanbieding op 10 mei 2001.
6. De aanslag dient gelet op hetgeen is overwogen onder 4. met (4 x € 5.60 =) € 22,40 te worden verminderd tot € 242,10.
proceskosten:
Belanghebbendes proceskosten zijn in overeenstemming met het Besluit proceskosten bestuursrecht te berekenen op 0,5 (gewicht van de zaak) x 1,5 (aantal punten) x € 322 = € 241,50.
beslissing:
Het gerechtshof:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak waarvan beroep;
- vermindert de aanslag tot € 242,10;
- gelast de gemeente Steenwijkerland aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 29 te vergoeden;
- veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 241,50 en wijst de gemeente Steenwijkerland aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2003 te Arnhem door mr. drs. F.J.P.M. Haas, raadsheer, lid van de zevende enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. Jansen als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van voormelde kamer,
(D.N.N. Jansen) (F.J.P.M. Haas)
Afschriften aangetekend per post verzonden op: 14 juli 2003.
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.