ECLI:NL:GHARN:2003:AI0199
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde bedrijfspand en bovenwoning met belangenverstrengeling taxatiebureau
Belanghebbende, eigenaar van een bedrijfspand en een bovenwoning, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarden voor de jaren 2001 tot en met 2004 door de gemeente Putten. De vastgestelde waarde van het bedrijfspand werd bepaald via de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de gehanteerde kapitalisatiefactor en vergelijkingsgegevens niet gemotiveerd werden betwist. De waarde van de bovenwoning werd aanvankelijk vastgesteld op basis van taxatierapporten van een door de gemeente ingeschakeld taxatiebureau.
Tijdens de procedure bleek dat de gemeente prijsafspraken had gemaakt met het taxatiebureau, waarbij de vergoeding van een hertaxatie afhankelijk was van het resultaat ten opzichte van de aanvankelijk vastgestelde waarde. Dit leidde tot een belangenverstrengeling en druk op de objectiviteit van de taxatie. Het hof oordeelde dat hierdoor het oordeel van het taxateur niet betrouwbaar was en liet dit buiten beschouwing.
Het hof stelde de waarde van de bovenwoning lager vast, rekening houdend met waardedrukkende omstandigheden zoals asbest en de staat van de omgeving. De waarde van het bedrijfspand bleef ongewijzigd. Daarnaast werd de gemeente Putten veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende. Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de bovenwoning wordt verminderd wegens belangenverstrengeling bij het taxatiebureau, de waarde van het bedrijfspand blijft ongewijzigd.