ECLI:NL:GHARN:2003:AH9907
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- N.E. Haas
- Van Amsterdam
- Visser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vervangingsreserve en landbouwvrijstelling bij verkoop landbouwgrond
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een perceel landbouwgrond verkocht en een vervangingsreserve gevormd voor het belaste deel van de winst. De Inspecteur rekende de vrijval van deze reserve tot de winst omdat het voornemen tot vervanging ontbrak.
Belanghebbende voerde aan dat er een redelijke kans bestond dat het perceel binnen zes jaar nog agrarisch gebruikt zou worden, waardoor de landbouwvrijstelling van toepassing zou zijn. Het Hof oordeelde dat de beoordeling van deze kans moet plaatsvinden op het moment van verkoop, waarbij objectieve maatstaven gelden.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende destijds wist dat de grond waarschijnlijk binnen zes jaar buiten agrarisch gebruik zou worden aangewend, mede gelet op de verkoopprijs en de betrokken partijen. De vrijval van de vervangingsreserve kon daarom niet leiden tot toepassing van de landbouwvrijstelling.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting bevestigd.