ECLI:NL:GHARN:2003:AF8924

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
8 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02-00935
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T.J. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75 lid 4 WAZArt. 72 WAZArt. 8:75 AwbWet op de inkomstenbelasting 1964
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aanslag premieheffing WAZ 1998 ondanks verrekening verlies 1997

Belanghebbende opende in 1997 een restaurant en leed dat jaar een verlies van ƒ 461.263 door willekeurige afschrijving op het bedrijfspand, waarvan een deel was verrekend met eerdere jaren. Voor 1998 werd op basis van de aangifte een nihilaanslag inkomstenbelasting opgelegd. Vervolgens legde de Inspecteur een aanslag premieheffing WAZ 1998 op, gebaseerd op een heffingsgrondslag van ƒ 54.254.

Belanghebbende stelde dat geen premieaanslag mocht worden vastgesteld omdat haar winst uit onderneming in 1998 lager zou zijn dan door de Inspecteur aangenomen, vanwege het resterende te verrekenen verlies uit 1997. Het hof oordeelde dat een nihilaanslag inkomstenbelasting ook een aanslag is in de zin van artikel 75, vierde lid, van de WAZ en dat de wettelijke maatstaf voor premieheffing geen ruimte laat voor verrekening van resultaten uit verschillende kalenderjaren.

De wetsgeschiedenis bood geen aanknopingspunten voor de door belanghebbende verdedigde opvatting. Het beroep werd ongegrond verklaard en het hof bevestigde de uitspraak waarvan beroep. Er werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslag premieheffing WAZ 1998 en wijst het beroep van belanghebbende af.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
vierde enkelvoudige belastingkamer
nummer 02/00935 (WAZ)
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : [X]
te : [Z]
ambtenaar : Inspecteur van de Belastingdienst/Ondernemingen [P]
aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 28 januari 2002 op bezwaar
aanslagnummer : […W86]
soort heffing : premieheffing op grond van de Wet arbeidsonge-schiktheidsverzekering zelfstandigen (hierna: WAZ)
jaar : 1998
mondelinge behandeling : op 26 maart 2003 te Arnhem door mr. Matthijssen, raadsheer, in tegenwoordigheid van mw. Vermeulen-Post als griffier
waarbij verschenen : [belanghebbendes adviseur, alsmede de Inspecteur]
gronden:
1. Belanghebbende heeft in 1997 een restaurant geopend. Zij heeft in dat jaar ten gevolge van willekeurige afschrijving op het bedrijfspand een verlies geleden ter grootte van ƒ 461.263, dat deels is verrekend met de inkomens van de jaren 1994, 1995 en 1996.
2. Op basis van de ingediende aangifte is het belastbaar inkomen over 1998 als volgt samengesteld:
Winst uit onderneming ƒ 83.254
Bij: Inkomen uit eigen vermogen -/- ƒ 15.489
Af: Zelfstandigenaftrek ƒ 14.752
Af: Meewerkaftrek ƒ 3.330
Stipinkomen ƒ 49.683
Af: te verrekenen verliezen ƒ 49.683
Belastbaar inkomen NIHIL.
3. Op grond van dit inkomen werd, met dagtekening 6 april 2000, voor de inkomstenbelasting een zogenaamde nihilaanslag opgelegd.
4. Met dagtekening 13 november 2001 is aan belanghebbende een aanslag WAZ opgelegd naar de volgende heffingsgrondslag:
Premie-inkomen ƒ 83.254
Franchise ƒ 29.000
Heffingsgrondslag WAZ ƒ 54.254.
5. Belanghebbende is van mening dat geen premieaanslag had mogen worden vastgesteld, gelet op het bepaalde in artikel 75, vierde lid, van de WAZ, alsmede dat, voor de toepassing van de WAZ, haar winst uit onderneming in 1998 minder heeft bedragen dan de Inspecteur heeft aangenomen, gelet op het (restant) te verrekenen verlies (uit onderneming) uit 1997.
6. De Inspecteur verdedigt op goede gronden dat ook een nihilaanslag, zoals overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 aan belanghebbende is opgelegd, een aanslag inkomstenbelasting is in de zin van artikel 75, vierde lid, van de WAZ.
7. Het premie-inkomen is het gezamenlijke bedrag van de in het belastingjaar genoten winst uit onderneming etc. (artikel 72 van Pro de WAZ, zie bijlage). Deze wettelijke maatstaf voor premieheffing laat geen ruimte voor de door belanghebbende bepleite verrekening, binnen de bron, van resultaten uit verschillende kalenderjaren.
8. Ook de wetsgeschiedenis bevat geen aanknopingspunten voor de door belang-hebbende verdedigde opvattingen. Het gelijk is aan de Inspecteur.
9. Het beroep van belanghebbende is ongegrond.
proceskosten:
Het Hof acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
beslissing:
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak waarvan beroep.
Aldus gedaan en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2003 door mr. Matthijssen, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoordigheid van mw. Vermeulen-Post als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, Het lid van de voormelde kamer,
(I.B. Vermeulen-Post) (T.J. Matthijssen)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 17 april 2003
Tegen deze mondelinge uitspraak is geen beroep in cassatie mogelijk; dat kan alleen tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof. Ieder van de partijen kan binnen vier weken na de verzenddatum van dit proces-verbaal het gerechtshof verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke. De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Bij de vervanging van een mondelinge uitspraak mag het gerechtshof de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.
De partij die om een vervangende schriftelijke uitspraak verzoekt is hiervoor griffierecht verschuldigd en krijgt daarover bericht van de griffier. Het griffierecht dat de belanghebbende betaalt ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak, komt in mindering op het griffierecht dat de griffier van de Hoge Raad zal heffen als de belanghebbende beroep in cassatie instelt.