ECLI:NL:GHARN:2003:AF8630
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- mr. Verheugt
- mr. Ettema
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na verkoop onderneming
Belanghebbende, de erven van [X], maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 1997, na verkoop van zijn onderneming. De Inspecteur had het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivatie, maar het Hof verklaarde belanghebbende alsnog ontvankelijk.
Het geschil betrof onder meer de vraag of het vertrouwensbeginsel aan de navordering in de weg stond, of sprake was van een nieuw feit, kwade trouw van belanghebbende, de juiste berekening van de stakingswinst en de rechtmatigheid van de heffingsrente. Het Hof oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was en dat belanghebbende te kwader trouw had gehandeld door het niet melden van een bate van ƒ 500.000 in de aangifte.
De Inspecteur had onvoldoende onderzoek gedaan naar de samenstelling van de tegoeden op rekeningen, wat een ambtelijk verzuim vormde, maar dit stond navordering niet in de weg vanwege de kwade trouw van belanghebbende. Het Hof handhaafde de navorderingsaanslag, wees het beroep deels gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak en bepaalde dat de Staat het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende moest vergoeden.
Uitkomst: Het Hof verklaart belanghebbende ontvankelijk, handhaaft de navorderingsaanslag en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.