ECLI:NL:GHARN:2003:AF7399
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen WOZ-waarde vaststelling na intrekking beschikking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-waarde beschikking voor de onroerende zaak gelegen aan een adres te Z. De oorspronkelijke beschikking, vastgesteld op ƒ 511.550 (€ 232.131), werd door de heffingsambtenaar van de gemeente Rheden ingetrokken en vernietigd. Er werd aangekondigd dat een nieuwe beschikking zou worden genomen met een aangepaste waarde.
Belanghebbende diende vervolgens beroep in tegen de oorspronkelijke beschikking, terwijl op dat moment nog geen nieuwe beschikking was genomen. Het hof oordeelde dat het beroep daardoor niet-ontvankelijk was, omdat belanghebbende geen belang had bij het beroep zolang de nieuwe beschikking ontbrak. Het beroepschrift werd echter aangemerkt als een bezwaarschrift tegen de nieuwe beschikking die later werd genomen.
Het hof wees verder op het procesrechtelijke aspect dat tegen een mondelinge uitspraak geen cassatieberoep mogelijk is en dat partijen binnen vier weken een schriftelijke uitspraak kunnen verzoeken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het griffierecht zal worden gerestitueerd zodra de uitspraak onherroepelijk is geworden.
Uitkomst: Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de WOZ-waarde vaststelling.