ECLI:NL:GHARN:2003:AF7124
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens juiste uitleg vergunning gebruik buitenlandse auto
Belanghebbende, eigenaar van een autohandel, gebruikte op 31 augustus 2000 een niet in Nederland geregistreerde Mercedes 600 SE met Duitse kentekenplaat voor een rit van zijn onderneming in Duitsland naar zijn bedrijfshal in Nederland. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM op omdat dit gebruik volgens hem niet binnen de vergunning viel.
De vergunning verleende vrijstelling van BPM op basis van de Wet BPM 1992 en het Uitvoeringsbesluit BPM 1992, met als voorwaarde dat de auto alleen mocht worden ingezet voor woon-werkverkeer tussen woonplaats in Nederland en werkplaats in het buitenland. Het Hof oordeelt dat de rit van belanghebbende voldoet aan deze voorwaarde omdat hij rechtstreeks van zijn buitenlandse werkplaats naar zijn woonplaats reed zonder onderbreking of afwijking van de route.
Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat de auto aan een derde ter beschikking stond of dat de Belastingdienst hem een beschermend vertrouwen had gegeven omtrent soepelere toepassing van de vergunning. Het Hof stelt dat de in de vergunning opgenomen extra beperkingen niet bindend zijn indien ze afwijken van het Uitvoeringsbesluit.
Daarom vernietigt het Hof de uitspraak en naheffingsaanslag, veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten dient te vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is vernietigd en de Inspecteur is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.