ECLI:NL:GHARN:2003:AF7114
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.M. de Kroon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op jonggehandicaptenaftrek en vertrouwensbeginsel in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende, geboren in 1940 en arbeidsongeschikt, ontving in 2000 een WAO-uitkering en looninkomsten. Hij deed aangifte inkomstenbelasting met toepassing van de jonggehandicaptenaftrek op grond van een Wajong-uitkering, wat niet juist bleek. De Inspecteur corrigeerde dit in de definitieve aanslag, waarna belanghebbende bezwaar maakte.
Het geschil betrof het recht op de jonggehandicaptenaftrek en het vertrouwensbeginsel ten aanzien van de voorlopige teruggaaf. Het hof stelde vast dat belanghebbende geen Wajong-uitkering had genoten en derhalve geen recht had op de aftrek volgens artikel 55, zevende lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbendes beroep op discriminatie tussen WAO- en Wajong-gerechtigden faalde omdat geen sprake was van feitelijk en rechtens gelijke gevallen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen wegens gebrek aan bewijs van begunstigend beleid of toepassing van de aftrek bij vergelijkbare gevallen.
Ten slotte werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat een voorlopige teruggaaf geen definitief standpunt van de Inspecteur inhoudt, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke hier ontbraken.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees kostenveroordeling af.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag zonder toepassing van de jonggehandicaptenaftrek.