ECLI:NL:GHARN:2003:AF5676
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.E. Haas
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken vrijstelling bemiddelingsdiensten
Belanghebbende exploiteerde vanaf maart 1999 een eenmanszaak gericht op het aanleveren van adressen voor assurantiekantoren en het voeren van besprekingen namens deze kantoren. Hij ontving provisie voor het aanleveren van klanten aan drie assurantietussenpersonen, zonder omzetbelasting in rekening te brengen of af te dragen.
De Inspecteur stelde een naheffingsaanslag omzetbelasting vast over de periode mei tot en met december 1999, omdat de werkzaamheden niet als vrijgestelde bemiddeling in de zin van de Wet op de omzetbelasting konden worden aangemerkt. Belanghebbende stelde dat zijn diensten vrijgesteld waren op grond van artikel 11, eerste lid, onder j en k van de Wet OB.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk bemiddelde in krediet of verzekeringen. Zijn werkzaamheden bestonden vooral uit het polsen van belangstelling en het doorgeven van adressen, zonder dat hij zelf kredieten verstrekte of als tussenpersoon optrad. Gelet op zijn opleiding en gebrek aan bewijs, zoals polisstukken, kon geen sprake zijn van vrijgestelde diensten.
Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en was het beroep ongegrond. De berekening van de aanslag werd niet betwist. Het Hof wees een kostenveroordeling af vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting is ongegrond verklaard.