ECLI:NL:GHARN:2003:AF5673
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kwalificatie inkomsten Instituut als loon uit dienstbetrekking voor 1999
Belanghebbende, een fysiotherapeute die haar beroep uitoefent in maatschapsverband en tevens loon geniet uit een dienstbetrekking, kreeg in 1999 inkomsten van het Fysiotherapeutisch Instituut. Deze inkomsten werden door het Instituut als loon uit dienstbetrekking aangemerkt, maar belanghebbende rekende ze tot haar winst uit onderneming. De Inspecteur corrigeerde de aangifte en kwalificeerde deze inkomsten als loon uit dienstbetrekking, met als gevolg een correctie van de zelfstandigenaftrek.
Het geschil betrof de vraag of de inkomsten van het Instituut als winst uit onderneming konden worden beschouwd. Volgens artikel 22 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 kunnen alleen die inkomsten als winst uit onderneming worden aangemerkt waarbij de werkzaamheden in dienstbetrekking een ondergeschikte plaats innemen in het geheel van de ondernemersactiviteiten. Belanghebbende werkte 32 uur per week voor het Instituut en had een arbeidsovereenkomst vanaf 1 januari 1999.
Het Hof oordeelde dat de werkzaamheden voor het Instituut niet ondergeschikt waren, noch in financiële zin, noch qua tijdsbesteding. Daardoor kunnen de inkomsten niet als winst uit onderneming worden aangemerkt, maar als loon uit dienstbetrekking. Belanghebbende slaagde er ook niet in aannemelijk te maken dat zij aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek voldeed. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de inkomsten van het Instituut in 1999 als loon uit dienstbetrekking moeten worden aangemerkt en wijst het beroep van belanghebbende af.