ECLI:NL:GHARN:2003:AF4612
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op zelfstandigenaftrek bij urencriterium in inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende, sinds 1983 in loondienst en daarnaast ondernemer, vorderde zelfstandigenaftrek over het jaar 2000. De kern van het geschil betrof de vraag of hij voldeed aan het urencriterium van minimaal 1225 uur voor het feitelijk drijven van zijn onderneming, dan wel 875 uur indien zijn echtgenote ten minste 525 uur arbeid verrichtte.
Belanghebbende stelde dat hij aan het urencriterium voldeed omdat hij dag en nacht bereikbaar was voor zijn onderneming. Het hof oordeelde dat beschikbaarheid niet gelijkstaat aan feitelijk drijven van de onderneming en dat belanghebbende geen urenverantwoording of andere bewijsstukken had overgelegd die het voldoen aan het urencriterium aannemelijk maakten.
Daarmee slaagde belanghebbende er niet in het vereiste bewijs te leveren. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en legde geen proceskosten op, omdat geen gronden voor een kostenveroordeling aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van het voldoen aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek.