ECLI:NL:GHARN:2003:AF4568
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Lamens
- P.M. van Schie
- C.M. Ettema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid rente lening na staking onderneming bij uittreding uit VOF
Belanghebbende was firmant in een vennootschap onder firma (VOF) die een boomkwekerij exploiteerde. Hij trad per 31 december 1999 uit de VOF, waarmee hij zijn onderneming staakte. Na de staking verstrekte een bank een lening van ƒ 174.500 tegen 6,3% rente, die werd gebruikt voor aflossing van het negatieve eindvermogen en betaling van inkomstenbelasting.
Belanghebbende nam in zijn aangifte de contante waarde van toekomstige rentebetalingen over tien jaar als aftrekpost voor stakingswinst op, maar de Inspecteur weigerde deze aftrek omdat de lening een privévermogensbestanddeel zou zijn. Het geschil betrof de vraag of deze rente aftrekbaar is als (nagekomen) bedrijfslast.
Het Hof stelde vast dat door uittreding het eindvermogen wordt gerealiseerd en tot het privévermogen behoort. De ontvangen vergoeding was onvoldoende om het negatieve eindvermogen te compenseren, dat met een lening werd afgelost. Omdat de onderneming was gestaakt en geen bijzondere bedingen waren gesteld, bleef er geen band met de onderneming bestaan.
Daarom behoort de lening en de rente tot het privévermogen en is er geen causaal verband met de onderneming. De rente is niet aftrekbaar als bedrijfslast. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard. Tevens faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn.
Het Hof acht geen gronden voor een proceskostenveroordeling aanwezig en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de rente over de lening is niet aftrekbaar als bedrijfslast.