ECLI:NL:GHARN:2003:AF2988
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsvraag militaire kantonrechter in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak is verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van de hem ten laste gelegde overtreding. Het hof stelt vast dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 411, tweede lid onder a Sv, waardoor de enkelvoudige kamer van het hof de zaak niet in hoger beroep kan behandelen.
Vervolgens is komen vast te staan dat verdachte ten tijde van het beweerdelijk gepleegde feit militair was in de zin van de Wet militaire strafrechtspraak. Op grond van de artikelen 3 juncto 2 van deze wet is de militaire kantonrechter exclusief bevoegd om kennis te nemen van het feit.
Het hof oordeelt dat de meervoudige kamer na verwijzing tot hetzelfde oordeel zou komen, namelijk de onbevoegdverklaring van de kantonrechter te Zwolle. Om redenen van doelmatigheid verwijst het hof de zaak niet door, maar spreekt het zelf de onbevoegdverklaring uit en vernietigt het het vonnis waarvan beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart de kantonrechter onbevoegd en vernietigt het vonnis waarvan beroep.