ECLI:NL:GHARN:2002:AF4646
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ditzhuijzen
- Vegter
- Berger
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mensenroof wegens illegale grensoverschrijding en valse identiteit van minderjarig meisje
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor medeplegen van mensenroof door in augustus 1997 op Schiphol een minderjarig meisje vanuit het buitenland illegaal Nederland binnen te brengen met het oogmerk haar onder de macht van anderen te brengen en haar een valse identiteit te geven, buiten officiële adoptieprocedures om.
Het hof heeft het verweer van verdachte verworpen dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was vanwege het feit dat het delict deels in het buitenland zou zijn gepleegd en dat verdachte verschoonbaar had gedwaald over de strafbaarheid. Het hof oordeelde dat de gedragingen in Nederland plaatsvonden en dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn handelen strafbaar was.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde aan mensenroof en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Het hof hield rekening met de ernst van het feit, de schending van de rechtsorde, de mogelijke psychische gevolgen voor het meisje en het tijdsverloop sinds het plegen van het delict.
De eerdere vrijspraak voor onderdeel 1 werd door de Hoge Raad vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor hernieuwde berechting, waarop dit arrest is gewezen. Verdachte werd vrijgesproken voor overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van mensenroof door illegale grensoverschrijding en valse identiteit van een minderjarig meisje.