ECLI:NL:GHARN:2002:AF4645
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Ditzhuijzen
- Vegter
- Berger
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen mensenroof door illegale grensoverschrijding en valse identiteit
Het gerechtshof Arnhem behandelde het hoger beroep na vernietiging door de Hoge Raad van een eerdere vrijspraak. Verdachte werd ervan beschuldigd in augustus 1997 een minderjarig meisje illegaal vanuit het buitenland naar Nederland te voeren, met het oogmerk haar onder de macht van anderen te brengen en haar een valse identiteit te geven buiten officiële adoptieprocedures om.
Het hof oordeelde dat het bestanddeel 'voeren' neutraal is en dat het feit dat het kind geen zeggenschap had en met valse documenten werd vervoerd, voldoende bewijs vormt. Het verweer dat de biologische moeder afstand had gedaan en dat daardoor geen wederrechtelijkheid bestond, werd verworpen. Verdachte kon niet aannemelijk maken dat hij verschoonbare dwaling had omtrent de strafbaarheid.
Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van tien maanden, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit, de schok voor de rechtsorde en het mogelijke psychisch leed voor het kind. Vanwege het tijdsverloop werd geen onmiddellijke detentie opgelegd. De tijd in voorlopige hechtenis wordt op de straf in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf voor medeplegen mensenroof.