ECLI:NL:GHARN:2002:AF3079
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag wegens geen ambtelijk verzuim
Belanghebbende was het niet eens met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1997, waarbij het belastbaar inkomen werd hersteld van ƒ 116.671 naar ƒ 209.180. De Inspecteur had aanvankelijk het verlies uit 1998 onjuist verrekend met het inkomen van 1997, in plaats van met dat van 1995, zoals voorgeschreven in artikel 51, lid 7, Wet IB. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de navorderingsaanslag, maar de Inspecteur handhaafde deze.
Het geschil betrof de vraag of er sprake was van een ambtelijk verzuim dat navordering zou rechtvaardigen. De Inspecteur stelde dat het een vergissing van administratieve aard betrof, gelijk aan een schrijf- of tikfout, waardoor navordering mogelijk was. Belanghebbende betoogde dat het om een onjuist inzicht in het recht ging, wat geen grond voor navordering is.
Het Hof oordeelde dat een verkeerd inzicht in het recht of onoplettendheid van een ambtenaar niet kwalificeert als een vergissing die navordering rechtvaardigt. Ook was de fout kenbaar voor belanghebbende of diens gemachtigde. Omdat geen nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde en artikel 16, lid 2, AWR niet van toepassing was, werd de navorderingsaanslag vernietigd.
Het Hof wees tevens proceskosten toe aan belanghebbende. De uitspraak werd zonder mondelinge behandeling gedaan en schriftelijk bevestigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd wegens ontbreken van een administratieve vergissing die navordering rechtvaardigt.