ECLI:NL:GHARN:2002:AF2723
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt boetebeschikking en bevestigt navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998
Belanghebbende, voormalig werknemer van de gemeente, startte in 1994 een eenmanszaak die tot 1997 geen activiteiten ontplooide. Vanaf 1998 werden werkzaamheden verricht onder de bedrijfsnaam, waarbij belanghebbende zelf het technische werk uitvoerde en zijn echtgenote administratieve taken verrichtte. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 op, gebaseerd op het oordeel dat de inkomsten uit de onderneming aan belanghebbende toekwamen.
Belanghebbende voerde aan dat de inkomsten door zijn echtgenote werden genoten en stelde dat het opleggen van de navorderingsaanslag in strijd was met het bij hem gewekte vertrouwen. Het hof oordeelde dat de feiten en omstandigheden het vermoeden rechtvaardigen dat belanghebbende de meeste werkzaamheden verrichtte en de opbrengsten genoot. Het verweer van belanghebbende ontkrachtte dit vermoeden niet.
Verder stelde het hof vast dat de Inspecteur niet op juiste wijze had voldaan aan de informatieplicht voorafgaand aan de boeteoplegging, aangezien het toepasselijke wetsartikel was vervallen. Daarom werd de boetebeschikking vernietigd. Het hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en wees de Staat der Nederlanden aan als de partij die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Navorderingsaanslag bevestigd, boetebeschikking vernietigd en Inspecteur veroordeeld in proceskosten.