ECLI:NL:GHARN:2002:AF2238
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Van Wijland-Kalkman
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ouderbijdrage voor residentiële jeugdhulpverlening
In deze civiele zaak is appellant in eerste aanleg bij verstek veroordeeld tot betaling van een ouderbijdrage voor de plaatsing van zijn stiefzoon Ron in een voorziening voor residentiële of semi-residentiële jeugdhulpverlening. Appellant stelde tijdig verzet in en voerde in hoger beroep één grief aan tegen het vonnis van 13 december 2000, met name gericht op de kostenveroordeling en de toewijzing van de ouderbijdrage.
Het hof overweegt dat het hoger beroep beperkt is tot enkele punten uit het eindvonnis en dat appellant niet ontvankelijk is in het hoger beroep tegen het tussenvonnis van 26 juli 2000. De kernvraag in hoger beroep betreft de ontvankelijkheid van de Staat in de vordering tot betaling van de ouderbijdrage, mede vanwege de overgang van bevoegdheid naar het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) per 1 januari 1997.
Het hof wijst erop dat de dagvaarding die leidde tot het verstekvonnis van 4 november 1998 is uitgebracht door de Staat, terwijl vanaf 1 januari 1997 het LBIO bevoegd is. Daarom wordt de zaak verwezen naar de rol voor nadere uitlating van de Staat over zijn bevoegdheid, waarna appellant kan reageren. Het hof houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: De zaak is verwezen voor nadere uitlating van de Staat over zijn bevoegdheid, verdere beslissing is aangehouden.