ECLI:NL:GHARN:2002:AF2046
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag successierecht na overlijden zonder testament
Op 10 november 1998 is mevrouw erflaatster overleden zonder testament. Haar echtgenoot en dochter zijn als erfgenamen aangemerkt, ieder verkrijgend de helft van de nalatenschap ter waarde van ƒ 169.348,-. De Inspecteur legde een aanslag successierecht op aan de dochter van ƒ 5.714,-.
De echtgenoot stelde dat de dochter de nalatenschap had verworpen en dat eerdere belastingvrije schenkingen tijdens het leven van erflaatster als voorschot op de nalatenschap moesten worden beschouwd, waardoor het successierecht verminderd zou moeten worden. Het hof oordeelde dat verwerping geen invloed heeft op de verschuldigdheid van het recht van successie volgens artikel 30 lid 1 Successiewet Pro 1956.
Daarnaast stelde het hof vast dat de schenkingen ten laste van het huwelijksgoederenvermogen kwamen en geen invloed hebben op de waarde van de verkrijging krachtens erfrecht op het moment van overlijden. Daarom is de aanslag terecht opgelegd. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag successierecht wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.