ECLI:NL:GHARN:2002:AF1038
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Heisterkamp
- Tjittes
- Van Eupen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bijzondere geschiktheid bij onteigening dijk ter verbetering waterkering
Deze civiele zaak betreft de onteigening van percelen op de linkeroever van de Waal ter verbetering van de waterkering volgens de Wet op de waterkering. Het geschil draait om de vraag of de aanwezigheid van klei en zand in de bestaande dijk een bijzondere geschiktheid oplevert die een extra vergoeding rechtvaardigt.
De rechtbank had dit ontkend, maar de Hoge Raad vernietigde dat oordeel en verwees de zaak terug naar het hof. Het hof stelt dat de werkelijke waarde van het onteigende moet worden bepaald door vergelijking met soortgelijke dijken in het gebied en dat bijzondere geschiktheid bestaat als de dijk met minder kosten aan de veiligheidsnorm kan voldoen.
De kostenbesparing ontstaat doordat de aanwezige specie in de dijk grotendeels kan worden hergebruikt, waardoor minder grond hoeft te worden aangevoerd. De netto kostenbesparing wordt geschat op circa f. 860.000,-, waarvan de helft, f. 430.000,-, aan de eigenaar toekomt.
De Staat betwistte onder meer dat deze vergoeding in mindering moet worden gebracht op waardevermindering van het overblijvende, maar het hof oordeelde dat deze vergoedingen los van elkaar staan. Het hof benoemt deskundigen om de bijzondere geschiktheid nader te onderzoeken en staat partijen toe zich hierover uit te laten.
Vanwege het principiële karakter van de zaak staat beroep in cassatie open tegen dit arrest.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat bijzondere geschiktheid van de onteigende dijkgrond moet worden vergoed en benoemt deskundigen voor nader onderzoek.