ECLI:NL:GHARN:2002:AE9855
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek van betaalde dwangsom na overtreding omgangsverbod kinderen
Belanghebbende was na echtscheiding verplicht het gezag over zijn twee kinderen aan zijn ex-echtgenote te laten. Ondanks een rechterlijk verbod liet hij de kinderen meerdere nachten bij zich verblijven, waarna hij een dwangsom van ƒ 23.000 aan zijn ex-echtgenote betaalde. Deze betaling bracht hij in aftrek als betaalde alimentatie in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999.
De Inspecteur weigerde deze aftrek, stellende dat de betaling geen alimentatie betrof en niet aftrekbaar is volgens de Wet op de inkomstenbelasting 1964. Het Gerechtshof bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de dwangsom een sanctie is voor het niet naleven van een rechterlijke beslissing en geen voorziening in het levensonderhoud van de ex-echtgenote.
Ook kwalificeert de dwangsom niet als aftrekbare kosten voor inkomstenverwerving, buitengewone last of gift. Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek werd daarom ongegrond verklaard. Het hof wees een kostenveroordeling af en bevestigde dat tegen deze mondelinge uitspraak geen cassatie mogelijk is.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van aftrek van de betaalde dwangsom is ongegrond verklaard.